Jarenlang is aan dit boek gewerkt met onderzoek in archieven en literatuur en met het afnemen van interviews met het projectteam over de Nieuwe Driemanspolder, en met de families Van Dam, Van Dorp en Groenewegen over het wonen, werken en afscheid nemen en met Henk Windmeijer over de eeuwenlange aanwezigheid van de familie Bos. Duizend jaar geleden lag op de plek van de Driemanspolder een enorm moeras. Langzaam gingen boeren het gebied ontginnen. Ze groeven sloten om het moerasveen te ontwateren en akkers en weilanden aan te leggen. Veen bestaat voor een heel groot deel uit water, dus als je dat weghaalt dan klinkt het in. Het landschap daalt dan en je kunt het regenwater dat valt moeilijker wegvoeren. Op een gegeven moment kwamen daar watermolentjes voor. Daarnaast begonnen de boeren stukken land weg te graven dat ze lieten drogen tot de brandstof turf. Nu verdween het land in hoog tempo en ontstonden grote plassen. In de welvarende 17de eeuw zocht men echter land voor woningen en landbouw en het oog viel op die plassen. In 1668 kregen vermogende mannen toestemming de plas van de Driemanspolder droog te malen. Zeven jaar later konden ze het land verdelen en boerderijen bouwen. 300 jaar lang konden de boeren ongestoord graan en andere gewassen verbouwen en koeien melken. Toen kwam de bouw van de stad Zoetermeer. Het land verdween vanaf 1966 langzaam onder de nieuwe wijken Driemanspolder en Meerzicht, boerderijen werden ingewisseld voor flats. Het Westerpark groeide op de vruchtbare grond, de Sprinterlijn ging dwars door de polder rijden en langs de rand verscheen Leidschenveen. Anno 2020 kwam de Piekberging erbij. |